zin: animo genoegen smaak voorliefde wens betekenis begrip gevoel gezindheid frase stemming


23.5.12

Zang van de overkant


een berg van gele brokken leem
aronskelken rechten zich
margrieten zijn verregend
de aarde werd jou aangewaaid
zij dekt je toe als dons
ik heb geen schep ik steek
een putje met mijn voet
(dat had jij ook gedaan)
en plant een vlijtig liesje

je stem zij klonk
tegen de sterren op
jij bent eruit gestapt
en toontje kreupel clowntje
is jou voorgegaan
't is - werkelijk - altijd te vroeg
een voet over de reling
een been een lijf een hoofd
viel van de rand
van de wereld

een klap - hier lig je nu
slaapt in de onderwereld
met van die rare wriemelbeestjes
in je neus - vreedzaam bezig
zoals jij zoals wij bedrijvig
in het vreten en vergaan

maar zingen doe je eindeloos
je zingt aldoor
de sterren van de hemel
in mijn kinderoren
in dit oude hoofd

want er is leven na de dood
de kleinen toegenegen
gedreven en met kracht begeven
in wind en regen kun je gaan

© lieve de vos
23 mei 2012


“Volgens m'n vader in de hemel
is het alle dagen feest
en m'n vader kan het weten
want die is er geweest.” (Freek de Jonge, 1997)


We zingen (klik hier):

11.5.12

Ode aan de heren Dahl


dalia odalia
je voetjes zijn verslijmd
ik kan je breken snijden maar
die kat kom telkens weer

ik stop je onder zacht en vochtig
toch je wipt verfrist weer op

je waterige hart is onuitroeibaar
jij koningin jij vreest alleen de vorst
zo ijzig zijn zijn heiligen

lang hield ik niet van jou
die bolle wangen
ik ben gevallen voor een warme blos

carnavalesk balanceer je in de hoogte
op ergerlijke zwakke stelten
stutloos zwalpend tot je zwicht
je snoetje in de modder ligt

ik wou je strooien in de wind
en uitzien naar die lieve spruitjes
knolletjes om te knuffelen
eitjes in een houtwollen nest

je zou unieke exemplaren wekken
wetten tarten ongenetisch
want geen een is identiek

ach je laat je niet vermurwen
smelt en sijpelt keert terug

dalia odalia
jij kale dalia

© lieve de vos
11 mei 2012

(Foto Getty, designer A. McQueen)

29.4.12

Het temmen van de os


Op de weide van de wereld schuif ik eindeloos
het hoge gras opzij, op zoek naar de os
Ik volg naamloze stromen, raak verloren
op bochtige wegen in verre bergen
Mijn krachten begeven, mijn energie
is uitgeput. Ik kan de os niet vinden
Krekels zinderen in het nachtelijke woud.

Onder de bomen langs de oever ontdek ik zijn sporen
Zelfs in het geurige gras zie je zijn hoeven
Tot diep in de bergen zijn ze te vinden
niet beter verborgen dan je neus in de lucht.

Ik hoor de nachtegaal zingen
De zon is warm, de wind is mild
wilgen groenen langs de waterkant
Hier kan geen os zich verschuilen
Welke kunstenaar schetst zijn machtige
hoofd, zijn statige horens?

Ik bedwing hem in een waanzinnige strijd
Zijn sterke wil en kracht zijn onuitputtelijk
Hij stormt naar de vlakte, hoog boven nevel
en wolken, schuilt onbereikbaar in het ravijn.

Touw en zweep zijn onmisbaar
zoniet dwaalt hij af naar stoffige paden
Goed getraind wordt hij natuurlijkerwijze
zacht, volgt zijn meester ongeketend

Ik beklim de os en rijd rustig naar huis
De toon van mijn fluit klinkt in de avond
Ik dirigeer het eeuwige ritme, sla met
de hand de pulserende harmonie
Al wie dit lied hoort sluit zich aan

Schrijlings op de os bereik ik mijn thuis
Nu ben ik sereen, ook de os komt tot rust
De morgen daagt. In gezegende kalmte
laat ik in mijn met stro bedekte hut
touw en zweep achterwege.

Zweep en touw, mens en os, alles lost op
in het niets. Deze hemel is zo wijd dat
geen enkele boodschap hem bevlekt
Hoe weerstaat een sneeuwvlok het laaiende vuur?
Ziehier de voetsporen van de oude meesters.

Te veel stappen gezet om terug te komen
naar de wortels en de bron. Beter was je
doof en blind geweest vanaf het begin
In je ware woning leven, onbekommerd om al de rest
Vredig stroomt de rivier, de bloemen zijn rood.

Barrevoets, met bloot bovenlijf meng ik mij
onder de mensen van deze wereld
Mijn kleren zijn schamel, met stof bedekt
en ik ben voor altijd gelukkig
Ik hoef geen magie om mijn leven te rekken
Vóór mij komen dode bomen nu tot leven.

Kuo-an Shih-yuan 
Rinzai-zenmeester, Song-dynastie (1150)

vert. jindoni, uit de Engelse vertaling van Paul Reps.

19.1.12

wieling













wij werden niet geboren
hoe licht is het vergaan
water wolken vloeien uit
een fictie van bestaan

de vrouw staat laaiend overeind
haar gloed dooft ijlings uit
koel klinkt de avondlucht
het draaiend reuzenrad in goud en glitter
kinderen die lachen in de nacht

en zonder zien ervaren nu
hoe dit op gruis gebouwde huis
weer wegzinkt in de stroom

© lieve de vos
19 januari 2012

Naar aanleiding van gedichtendag 2012

5.1.12

Warme jaarwende (een Hals gedicht)



In 't putteke van de winter staan de rozen groen
en kruipen puiten padden buiten uit het bad
De wind een zomerstorm, de vogels: hey
wij hebben niets te sprokkelen, geen dorst
want kruiwagen en waterton stromen over
Het vet is van de soep - een mergpijp of
een zijdje zwoerd? wat vegetarische
foie gras? Ze vliegen lachend weg

Helaas dat zoutstrooiplan met grove korrel
voor de basiscirculatie (ook kerkhoven aan bod)
en giet geen glijbaan op de stoep, er is een megatent
want kijk, ik schaats! met pinguïns in het ijspaleis
en zuipen in de kerstkroeg tijdens 't schrapen van het ijs
Frituur, gul zijn uw frieten - een pralien? een stylo? twee?
maar: ligt de roes op de loer, denk aan veilig vervoer
vermaant 't stad, speel zeker, hoed je voor de nepagent
Geen rattenvanger meer gewenst die duurzaam kindjes hoedt?
Clown Popi klaart de klus op stelten, nee niet op glad ijs
te vroeg voor de fanfare, dus knusse après-skimuziek

Weldra tweehonderd jaren Adrien François Servais
die met zijn cello in Carraramarmer van Godebski
Zijn villa kijkt zo treurig in ons tuintje, zoekt haar verloren
park, en voor haar ogen werd een bel-etage weggeprakt
geen renovatie nee - de tijd geeft tand noch teken prijs
Hier is cultuur: zoek duivels draken wildemannen
spuwers voor het uur sculptuur, en dan de reuzen nog!
Na Vaantjesboer viert Parapluke volgend jaar zijn doop
kapellekes en carnaval – kortom: er is nog hoop

© lieve de vos
4 januari
2012

3.1.12

telefoongesprek



mijn zoon spreekt uit de laptop
zijn gezicht bleek door de winterzon
hoog boven de daken
hier is ruimte zat

Baltimore beneden is zwart
slobberjongen met het kruis
tussen de benen
de poes vrijt je op
ze plast in de douche
is bang op de gang

and all day my phone ringing
bling bling bling
can see my earring from
a mile bling bling


hard times in the city
fietsen is gevaarlijk
kabels bungelen over de straten
miserabel substraat
laat alle hoop varen
een ontstoken appendix
niet af te stoten

en ik, ik ben luchtziek
kan niet vliegen
wat moet ik als mijn kleinkind
in Amerika wordt geboren?

© lieve de vos
2 januari 2012

18.12.11

grieven tot het graf














laat je tasmaanse
duivels los, jij ouwe
ja die met zijn verkankerde tong
zijn builen drukken ogen
en tanden van hun plaats
endemisch is de haat
een beet van de varaan
vergif in onze bloedbaan

je zwarte gal, bah drink ik
al niet meer, lik ook je tranen
niet in deze fluïde wereld
hier zwalkt een menigte
botst met de stroom
haar maag draait een
tornado, hunkert duizelig
naar vaste grond

jouw wesp zij teistert nog
de laatste hete dagen
een kromme vinger wijst
de klaploper zijn klapstoel
geen zondag meer, de
zondaar naar de hel

de hemel zul jij wel
niet zien, misschien
je vader kermend
in een vager vuur

wij allemaal de hel? welnee
daar zijn we al geweest

wij zwijgen, elk
reist in zijn eigen trein
minuten denderen
nu daagt de dodenstad

© lieve de vos
6 oktober 2011

24.9.11

De weg naar Panormos




de mens
een zwerver
trekt 's ochtends op sandalen
langs de hete lege weg
een pelgrim zonder jakobsschelp
maar toch - de Heer
zal u bewaren

kapelletjes als staties
vastgeroest en zwart beroet
wat munten naast een dronken pit
die drijft in groene olie
en vol geschonken plastic flesjes
voor het oog der Vrouwe
de icoon - het icoon

hij stijgt omhoog de sferen in
omgeurd door den en venkel
hij met zijn hoed met brede rand
een stok tegen de honden -
laat ze blaffen

de slinger haalt hem weer
beneden de weg bezaaid
met geitenkeutels rijpe
vijgen en tot slot: hoe
rijkelijk de zee

thalassa, thalassa
ach kon je maar een duik
je ruikt er vis de katten nee
ze zijn niet meer zo mager
parakaló men schenkt je
marmelade een glas
water en tomaten
efcharisto!


© lieve de vos
14 september 2011