Op de weide van de wereld schuif ik eindeloos
het hoge gras opzij, op zoek naar de os
Ik volg naamloze stromen, raak verloren
op bochtige wegen in verre bergen
Mijn krachten begeven, mijn energie
is uitgeput. Ik kan de os niet vinden
Krekels zinderen in het nachtelijke woud.
Onder de bomen langs de oever ontdek ik zijn sporen
Zelfs in het geurige gras zie je zijn hoeven
Tot diep in de bergen zijn ze te vinden
niet beter verborgen dan je neus in de lucht.
Ik hoor de nachtegaal zingen
De zon is warm, de wind is mild
wilgen groenen langs de waterkant
Hier kan geen os zich verschuilen
Welke kunstenaar schetst zijn machtige
hoofd, zijn statige horens?
Ik bedwing hem in een waanzinnige strijd
Zijn sterke wil en kracht zijn onuitputtelijk
Hij stormt naar de vlakte, hoog boven nevel
en wolken, schuilt onbereikbaar in het ravijn.
Touw en zweep zijn onmisbaar
zoniet dwaalt hij af naar stoffige paden
Goed getraind wordt hij natuurlijkerwijze
zacht, volgt zijn meester ongeketend
Ik beklim de os en rijd rustig naar huis
De toon van mijn fluit klinkt in de avond
Ik dirigeer het eeuwige ritme, sla met
de hand de pulserende harmonie
Al wie dit lied hoort sluit zich aan
Schrijlings op de os bereik ik mijn thuis
Nu ben ik sereen, ook de os komt tot rust
De morgen daagt. In gezegende kalmte
laat ik in mijn met stro bedekte hut
touw en zweep achterwege.
Zweep en touw, mens en os, alles lost op
in het niets. Deze hemel is zo wijd dat
geen enkele boodschap hem bevlekt
Hoe weerstaat een sneeuwvlok het laaiende vuur?
Ziehier de voetsporen van de oude meesters.
Te veel stappen gezet om terug te komen
naar de wortels en de bron. Beter was je
doof en blind geweest vanaf het begin
In je ware woning leven, onbekommerd om al de rest
Vredig stroomt de rivier, de bloemen zijn rood.
Barrevoets, met bloot bovenlijf meng ik mij
onder de mensen van deze wereld
Mijn kleren zijn schamel, met stof bedekt
en ik ben voor altijd gelukkig
Ik hoef geen magie om mijn leven te rekken
Vóór mij komen dode bomen nu tot leven.
Kuo-an Shih-yuan
Rinzai-zenmeester, Song-dynastie (1150)
vert. jindoni, uit de Engelse vertaling van Paul Reps.